Bos
Fascinerende wildernis in de beukenzee
Gesteente, bodem, de glooiing van de helling naar het noorden of het zuiden en de beschikbaarheid van water drukken hun stempel op het bos. De bossen van het nationaal park behoren hoofdzakelijk tot de loofarme bosbies-beukenbossen met een zure bodem. De groene beuk bepaalt ook hier het beeld – als kiemplantje, boomreus of als omgevallen stam.Majesteitelijk schrijdt het edelhert door de beukenzee. Alle in Hessen verbreide spechtsoorten hebben hier een thuis. īs Nachts verlaten vleermuizen – waaronder het grote muisoor en de Bechsteins vleermuis – hun schuilplaatsen van overdag zoals spleten en grotten, om jacht te maken op insecten. Bijzondere keversoorten en paddestoelen koloniseren en ontleden stervende bomen en vergaand hout. Wespenbuizerd, zwarte en rode wouw cirkelen boven de boomtoppen. De zwarte ooievaar en de oehoe zijn naar de rustige bossen teruggekeerd.
Oorspronkelijke bossen op rotsen en blokken
Op de zonnige, rotsige hellingen van het Ederseetal vecht het bos tegen droogte en karigheid, hitte en koude. Bomen groeien daar zeer langzaam. Knoestige eiken en vergroeide beuken vormen vreemde bosimpressies. Op de met steenblokken bedekte hellingen en in frisse kloven verrijken weelderige kloof- en blokbossen het boslandschap van het nationaal park.