Nationalpark Kellerwald-Edersee

Zum Seiteninhalt Zur Navigation


Bos

Totholz von Pilzen durchwachsen

Fascinerende wildernis in de beukenzee

Gesteente, bodem, de glooiing van de helling naar het noorden of het zuiden en de beschikbaarheid van water drukken hun stempel op het bos. De bossen van het nationaal park behoren hoofdzakelijk tot de loofarme bosbies-beukenbossen met een zure bodem. De groene beuk bepaalt ook hier het beeld – als kiemplantje, boomreus of als omgevallen stam.
Majesteitelijk schrijdt het edelhert door de beukenzee. Alle in Hessen verbreide spechtsoorten hebben hier een thuis. īs Nachts verlaten vleermuizen – waaronder het grote muisoor en de Bechsteins vleermuis – hun schuilplaatsen van overdag zoals spleten en grotten, om jacht te maken op insecten. Bijzondere keversoorten en paddestoelen koloniseren en ontleden stervende bomen en vergaand hout. Wespenbuizerd, zwarte en rode wouw cirkelen boven de boomtoppen. De zwarte ooievaar en de oehoe zijn naar de rustige bossen teruggekeerd.
Edelholzwald

Oorspronkelijke bossen op rotsen en blokken

Op de zonnige, rotsige hellingen van het Ederseetal vecht het bos tegen droogte en karigheid, hitte en koude. Bomen groeien daar zeer langzaam. Knoestige eiken en vergroeide beuken vormen vreemde bosimpressies. Op de met steenblokken bedekte hellingen en in frisse kloven verrijken weelderige kloof- en blokbossen het boslandschap van het nationaal park.
Sonniger Hang | Edertal

De beuk

De groene beuk (Fagus sylvatica) komt wereldwijd alleen voor in Europa. In Midden-Europa beheerst hij de zomergroene bossen. De beuk groeit heel goed in de schaduw van andere bomen. En heeft hij zich eenmaal gehandhaafd, is nauwelijks een andere soort in staat onder zijn schaduwrijke toppendak te voorschijn te komen. De beuk kan tot 450 jaar oud worden. Zijn ontbinding duurt slechts enkele decennia. Het kiemen, groeien, sterven en het vergaan van de beuk drukken een stempel op het leven in het beukenbos.